Biologisch katoen
Fair fashion

De verschillen tussen normaal katoen en biologisch katoen

De laatste tijd houd ik mezelf steeds meer bezig met de materialen waar mijn kleding uit bestaat. Ik vind het belangrijk om te weten wát ik draag, waar het van is gemaakt en wat de impact ervan is. En hoe meer ik daar in duik, hoe meer ik het belang van duurzamere materialen ga inzien. Zo draag ik steeds vaker biologisch katoen. Nu weten de meeste mensen natuurlijk wel grofweg wat dit inhoudt: het is biologisch verbouwd, dus er zijn geen pesticiden gebruikt. Maar níet iedereen weet waarom dat nou zo’n big deal is. Hoe wordt regulier katoen verbouwd? Wat is de impact van de katoenproductie op mens en milieu? En wat zijn de voordelen van biologisch katoen? Een kleine introductie!

Eerst even over normaal katoen.
Waarom is het zo slecht?

Héél veel chemicaliën
Laat ik het eerst even over regulier katoen hebben: het materiaal dat, naast allerlei synthetische materialen, het grootste gedeelte van de gemiddelde kledingkast beslaat. De productie ervan is niet bepaald een schoon klusje; tijdens het hele proces worden allerlei chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Van zware metalen (vaak gebruikt in kleurstoffen) en ammoniak tot siliconenwas en aardolieproducten en van chemische weekmakers en glansmiddel tot bodemvertragers en de beruchte gifstof… de hele mikmak zit erin verwerkt (al overtuigd dat dit niet goed voor je is? ;)). Helaas hebben we het hier niet over mini-hoeveelheden. Om de verhouding aan te geven: voor één t-shirt wordt ongeveer 250 gram katoen gebruikt, en 150 gram aan pure chemicaliën en pesticiden. Bovendien staan 7 van de top-15 pesticiden die hierin worden gebruikt, bekend als “mogelijk, vermoedelijk, waarschijnlijk of bij de mens bekend als kankerverwekkend” (Environmental Protection Agency, red). Tuurlijk, over de directe en indirecte gevolgen van al die chemicaliën kun je speculeren tot je een ons weegt (er bestaat tenslotte nog geen onderzoek dat zegt: “regulier katoen verhoogt de kans op *puntjepuntje*kanker”), maar ik vind het in ieder geval geen prettig idee. Bovendien schijnt katoenzaad in vele voedingsmiddelen verwerkt te worden. We eten het dus ook nog lekker op. Mmmmm.

Flora en fauna lijden er enorm onder
Dat de katoenteelt verregaande gevolgen heeft voor de verbouwings- en productie-omgeving – vaak in landen hier ver vandaan – zal je niks verbazen. Enorme hoeveelheden chemicaliën putten de bodem, het grondwater en de lucht natuurlijk enorm uit. Als je je bedenkt dat katoenplantages 10x zoveel chemicaliën gebruiken dan overige landbouw, snap je wel dat de flora en fauna er ernstig door beschadigd raken. Dag, gezonde natuur, dieren en drinkwater. Chemicaliëncocktail, anyone?!

Het maakt lokale bevolkingen kapot
Bovendien helpen al die bestrijdingsmiddelen de lokale bevolking ook diréct naar de mallemoeren. Misschien denk je: “dat zal toch wel meevallen?”, maar inmiddels zijn er al vele ‘katoendorpen’, onder ander in India, omgetoverd tot Tsjernobyl-achtige taferelen. Onder andere in de documentaire The True Cost kun je zien hoe heftig de invloed van chemicaliën in de lucht en het water is op het menselijk lichaam. Van heftige huidproblemen en hersenbeschadigingen tot verminkingen, kanker en kinderen die spastisch en zwaar (geestelijk en lichamelijk) gehandicapt ter wereld komen; ik vond het écht schrijnend om te zien. Helaas kunnen deze mensen er niet even voor kiezen om ergens anders beter werk te zoeken. Ze zijn arm en ongeschoold en dat dwingt hen tot deze gevaarlijke klussen en een uitzichtloos bestaan, waarin elke dag overleven is. Vooruitdenken en werken aan een beter leven is hierin vrijwel onmogelijk. Het gebruik van chemicaliën levert katoenboeren meer geld op dan de biologische variant, want het geeft minder kans op een slechte oogst en bovendien is het goedkoper dan natuurlijke of arbeidsintensievere alternatieven. Zo lang ‘wij’ westerlingen de vraag blijven opvoeren met steeds meer modecollecties per jaar, houden we dit systeem in stand. Maar ach, wat kan ons het schelen. Toch?

 

Biologisch katoen

Gelukkig is er biologisch katoen

Gelukkig bestaat het fenomeen ‘biologisch katoen’, dat anno 2016 slechts 1% van de totale, wereldwijde katoenproductie beslaat. ‘Biologisch’ betekent dat het is verkregen op natuurlijke wijze (“werken met, en niet tegen de natuur”), van katoengewas tot t-shirt. De velden worden op natuurlijke wijze bemest (dus geen kunstmest), schade aan gewassen wordt tegengewerkt met plaagbestrijdende insecten, onkruid wordt gewied met schoffels, tractoren en met de hand. Bovendien mogen er geen genetisch gemodificeerde planten worden gebruikt. Met andere woorden: niks kunstmatigs.

En dat betekent: veel minder impact op de natuur en de lokale bevolking (ook gaat biologische katoenproductie vaak gepaard met een eerlijkere beleidsvoering en loon). En ja, dat is misschien iets duurder, maar dan draag je wel iets dat écht goed voelt. Ook fysiek, trouwens… want biologisch katoen ademt meer en is beter voor het natuurlijk evenwicht van je huid (logisch, want het is puurder en natuurlijker). Het geeft doorgaans minder snel irritaties en exceem, helemaal als je een gevoelige huid hebt.

GOTS, de veelgebruikte
biokatoenstandaard (keurmerk)

Om erop toe te zien dat biologisch ook écht biologisch is (de mens is helaas nogal goed in sjoemelen), bestaan er diverse instanties en keurmerken. De meest bekende en belangrijke ‘standaard’ is GOTS (Global Organic Textile Standard), de meeste biokatoenmerken zijn erdoor gecertificeerd. GOTS hanteert twee richtlijnen: ‘biologisch’ (minimaal 95% van de bestanddelen dient dan biologisch te zijn) en ‘gemaakt met biologische bestanddelen’ (minimaal 70% van de vezels zijn dan biologisch). Voor de max. 5% chemicaliën die wél mogen worden gebruikt, gelden strenge eisen. Zo mogen ze niet giftig zijn voor mensen en moeten ze biologisch afbreekbaar zijn. Sommige stoffen zijn helemaal verboden, zoals de zware metalen, formalhyde en genetisch gemodificeerde stoffen die regulier katoen wel bevat. Ook voor afval en verpakking zijn regels. (Meer weten? Kijk op de website van GOTS)

Hoe ga ík ermee om?

Sinds een halfjaar probeer ik steeds meer producten van biologisch katoen te dragen. Dat voelt beter om zowel materiaaltechnische als ethische redenen. Ik moet zeggen dat ik in de praktijk weinig verschil merk met regulier katoen, maar het voelt gewoon beter. Qua impact op mijn gezondheid probeer ik het in perspectief te zien: ik kan wel heel mooi zeggen dat regulier katoen zo slecht is voor mijn lichaam en doen alsof ik heel gezond bezig ben met mijn biokatoen, maar tegelijkertijd zitten er zoveel kunstmatige stoffen in ons eten, we weten we nog niet wat impact is van telefoonstraling en misschien wel van álle producten om ons heen. Gif is tegenwoordig helaas overal. Toch voelt dit goed, net als dat ik nu bijvoorbeeld de biologische tampons van Yoni gebruik. Maar uiteindelijk doe ik het nu vooral om ethische redenen; het idee dat iets of iemand lijdt voor mijn gemak, vind ik een vreselijke gedachte. De huidige biologische katoenbranche lijkt misschien een druppel op de gloeiende plaat, maar hopelijk gaan steeds meer de waarde van biologisch katoen inzien en kunnen we de reguliere katoenteelt langzaam maar zeker terugdringen. Want de wereld is van ons allemaal; laten we daar dan ook naar handelen…

Misschien denk je nu: “Jaahaa, leuk allemaal, maar eet je dan ook biologisch? En verbruik je weinig energie? En ben je ook goed bezig met transport en aanschaf van andere producten?” Mwa, ook wel, maar minder actief dan op modegebied. Ik kan nog veel verbeteren, helemaal op andere gebieden, maar ik kan niet alles tegelijk. Alles in stapjes; dit heeft voor mij nu even prioriteit.

Bronnen: The True Cost(te bekijken op Nexflix), Brandmission, Greenjump, Orimpex, Watmooi en Ecogoodies.

1 Comments

  • Hi Sara,

    Geweldig welke kant je op gaat met je blog!

    Dit stuk deed me ook denken aan het cradle-to-cradle principe. Ben je daar bekend mee?

    Beantwoorden

Write a comment