When Sara Smiles / minimalisme / treinirritaties
Daily thoughts

Treinirritaties

Het is vroeg in de ochtend. Zoals elke dag zit ik in de trein naar mijn werk. Ik ben moe. Ik heb een beetje onrustig geslapen en het feit dat het nog steeds donker is, helpt ook niet mee. Omdat het zo druk is (welkom bij de spits), zit de trein stampvol. Ik ben blij dat ik een zitplekje heb, al is het in zo’n vierzits waarbij je ongemakkelijk naar links of naar rechts moet kijken zodat je de medereiziger tegenover je niet in het gezicht aan hoeft te kijken.

Ik weet niet of het mijn moeheid is of dat ik écht mijn vierzits met drie reizigers uit de hel moet helen, maar blij word ik er niet van. Recht tegenover mij, aan het gangpad, zit een traditioneel ogende kantoorklerk. Meteen nadat hij is gaan zitten, pakt hij zijn grote laptopkast uit zijn tas en begint als een bezetene op de toetsen te rammen. Hij kijkt strak en gestrest voor zich uit; ik krijg er helemaal de zenuwen van. De toetsen slaat hij aan alsof hij een hardleerse typmachine uit de jaren ’40 mastert. Ik probeer niet op hem te letten, maar ik kan het niet helpen.

Naast hem zit een vrouw van een jaar of 32. Ze ziet er wel sympathiek uit en vijf volle minuten gaat alles goed. Totdat ze in haar tas begint te rommelen. Ze haalt er een glazen pot uit – zo’n hippe Amerikaanse, weet je wel -, gevuld met een soort yoghurt en iets dat op noten en bessen lijkt. Ik oordeel dat het vast superfoods zijn. Dan komt de lepel. En mijn irritaties. Want een glazen pot en een lepel maken geluid. Elke keer als ze door haar pot roert, hoor je dat. KLOENK. KLOENK KLOENK. Ze eet takkelangzaam en likt na elke hap haar lepel af. En tegen de tijd dat de pot bijna leeg is, word ik gék.

Naast mij zit een goedgevulde man van in de zestig. Hij houdt zich netjes rustig en kijkt naar buiten. Ik hoor dat hij zwaar ademt. Elke paar seconden hoor ik zijn hele lichaam zich krampachtig vullen met zuurstof. Bovendien wordt elke ademhaling vergezeld van een klein piepje dat waarschijnlijk niemand opvalt, maar wat bij mij door merg en been gaat. Ik probeer niet op hem te letten, maar het lukt me niet.

Ik ben moe en geïrriteerd. Net als bijna elke dag. De trein is voor mij – en ik weet voor vele anderen – een plek van vele, vele irritaties. Veel treinreizigers zijn moe, gehaast of gestrest. Irritaties komen veel sneller om de hoek kijken dan wanneer je op je gemak bent. Maar het stomme is: ook al wíl je je niet aan anderen irriteren (hoe vaak proberen we wel niet om ergens anders aan te denken?), je kunt het niet helpen. Maar hoe kom je er dan in vredesnaam vanaf?

“WENS IEMAND IN GEDACHTEN
HET BESTE”

Ineens moest ik denken aan iets dat collega/vriendinnetje Moniek onlangs tegen me had gezegd. Ze had ooit van iemand de tip gekregen om bij irritaties aan anderen te omdenken: “Wens iemand in gedachten het beste.” Ik vond het wel een mooie gedachte. “Als je jezelf aan iemand irriteert die zich zenuwachtig gedraagt, heeft dat vast een reden. Wens diegene dan in gedachten succes met wat hij gaat doen. Mij geeft het rust en het helpt me om me in anderen te verplaatsen en dingen los te laten”.

Oké, het viel te proberen. Ik wens de kantoorklerk succes met zijn werkdag. Misschien heeft hij wel een belangrijke presentatie en moet hij nog snel wat afmaken. Misschien is hij daar wel zenuwachtig voor. Vervelend voor hem. Ik wens hem succes met zijn presentatie, of hij die nu heeft of niet. De superfoodsdame wens ik succes met haar gezonde levensstijl. Ze doet er blijkbaar veel moeite voor, dus het is vast belangrijk voor haar. Misschien is dit momentje wel even haar geluksmoment van de dag: nog even genieten van iets dat ze heel lekker vindt, voordat ze aan haar drukke, misschien wel stressvolle dag begint. De man naast me wens ik een goede gezondheid toe. Hij ademt zwaar, misschien heeft hij wel ergens last van. En hoe irritant moet het voor hem zijn om zélf de hele dag dat piepje te horen? Ik wens hem een goede gezondheid.

Ik zie je denken: “Yeah, right. En was het toen weer allemaal goed? Het kan toch niet dat je irritaties zo gemakkelijk weggaan?” Eerlijk? Nee. Haha. Ik had meer rust in me, maar die pieperige ademhaling naast me bleef door merg en been gaan. Toen bedacht ik me dat ik mijn koptelefoon bij me had. Ik zette hem op, zodat het omgevingsgeluid een beetje wegviel. Het was net genoeg om me af te sluiten van mijn buurman. Ineens voelde ik me heel rustig. Ik had zojuist mensen die ik niet kende het beste gewenst, en me afgesloten voor mijn irritaties. Weg zouden ze nooit gaan. Dat zit nu eenmaal in de aard van dit beestje. Maar ik had nu wel een manier gevonden om ermee om te gaan en de oplossing in mezelf gezocht, in plaats van in de andere mensen. De rest van mijn treinreis verliep rustig. Buiten werd het steeds lichter. De dag begon nog maar net en ik had vandaag al iets in mezelf overwonnen. En dat voelde verdomd goed.

Write a comment