Mode-industrie

Hoe de Rana Plaza ramp direct mijn koopgedrag veranderde (not)

Het is 24 april 2013. Ik ben in shock; ik zie verschrikkelijke beelden op het nieuws die me recht in mijn hart raken. In Bangladesh, in de hoofdstad Dhaka, is een kledingfabriek ingestort. 1138 kledingwerkers verliezen hun leven onder het puin en meer dan 2000 mensen raken zwaargewond. Er worden talloze lichamen onder het puin van de enorme fabriek vandaan gevist, er heerst enorme chaos. Ik zie een dode man en een vrouw die in elkaars armen worden gevonden. Ik zie rijen huilende familie, op zoek naar hun dierbaren.Het nieuws van de Rana Plaza ramp schokte niet alleen mij, maar de hele modewereld. Met afschuw werd gereageerd op de oorzaak van de ramp: de slecht nageleefde veiligheidsvoorschriften door fast fashion’s race to the bottom. “Wát een wake-up call” gonsde het door de industrie. Maar inmiddels is het 2020 en we weten allemaal hoe het ervoor staat. Blijkbaar zijn verschrikkelijke rampen als deze nog steeds niet genoeg voor een radicale systeemverandering. Des te belangrijker om hierbij stil te staan, elk jaar weer. En ik weet als geen ander waarom…

We gaan eerst even terug naar het moment waarop ik het nieuws las. Achteraf gezien was dat namelijk een interessant moment. Ik was geshockeerd, vooral door de oorzaak van de ramp. De instorting was namelijk het resultaat van jarenlange verwaarlozing van veiligheidsvoorschriften en zeer onveilige werkomstandigheden. De reden: de productiesqueeze waar wij, Het Rijke Westen, fabrieken al jarenlang mee uitknijpen. De consument wil goedkopere kleding, de merken willen een betere concurrentiepositie (zowel financieel als in koploperschap) en een zo hoog mogelijke productiesnelheid. Met als gevolg: fabrieken die voor een hongerloon produceren, zetten alles op alles om merken bij zich te houden. Veiligheidsvoorschriften lappen ze aan hun laars omdat het geld kost dat ze niet kunnen missen.

De reden achter deze ramp:  verwaarlozing van veiligheidsvoorschriften door de race to the bottom die de fast fashionindustrie uitoefent op fabrieken.

Het verhaal wordt nog erger. Een dag voor de ramp werden er grote scheuren waargenomen in het gebouw. Hoewel de situatie als ‘levensgevaarlijk’ werd bestempeld, werden kledingwerkers gedwongen om toch te werken. Plichtsverzuim betekende geen salaris en een vakbond om vanuit een sterke, gemeenschappelijk positie werk te weigeren was er niet. En als je moet kiezen tussen een veiligheidsrisico nemen of je kinderen niet kunnen voeden, is de keuze snel gemaakt. Alle 5000 kledingwerkers kwam opdagen. De rest is geschiedenis.

Wat mij vooral raakte, was een detail dat de ramp ineens heel dichtbij mijn eigen leven bracht. Want wat bleek: tussen het puin werden labels gevonden van fast fashionmerken als Mango, Inditex (o.a. Zara, Bershka en Pull & Bear), Primark, Kappa, Benetton en C&A. Ik was destijds groot fan van sommige van deze merken en het besef dat ik met mijn koopkeuzes bijdroeg aan een verschrikking als deze. Ik besloot mijn koopgedrag te veranderen. “Vanaf nu koop ik alleen nog maar duurzame kleding”, zei ik. En zo geschiedde…

 

Ik vond het zó erg, dit was mijn grote wake-up call. Vanaf nu zou ik geen fast fashion meer kopen… dácht ik.

… Not. Sterker nog: ik kan me herinneren dat er een dag of veertien later alweer pakketjes van Asos en Zara op de deurmat lagen. Het was niet zo dat ik niet wílde veranderen, maar mijn fast fashionbubbel bleek te hardnekkig en sluwe marketingtrucs te sterk. Pas toen ik leerde hoe mooi duurzame kleding kon zijn (check mijn Brand Guides voor mijn mooiste inspiratie) én vaker in contact kwam met de verhalen achter onze kleding, lukte het me om langzaam die verandering in te zetten (lees hier meer over mijn eerste stappen destijds). Toch was er die dag iets in gang gezet in mijn hoofd.

 

 

En dat is precies de reden waarom ik hierover schrijf. Veel mensen maken niet van de ene op de andere dag een radicale mentaliteitsverandering door. Ik denk dat veel mensen snel in hun oude patronen vervallen. Daarom is het belangrijk dat we verhalen als de Rana Plaza ramp levend houden. Om te herdenken én te veranderen, net als wat we op 4 en 5 mei doen. Ik hoop dat als je bovenstaande leest, je beseft en voelt dat het systeem móet veranderen. Daarom blijf ik hier elk jaar opnieuw over schrijven. Hopelijk stelt het je op scherp (tijdens het schrijven merkte ík in ieder geval dat de boodschap weer keihard binnen kwam).

 

Het is belangrijk dat we hier niet alleen deze week, maar het hele jaar door bij de verhalen achter onze kleding blijven stilstaan. Alleen met een scherpe blik kunnen we écht veranderen.

Ik ben niet de enige die elk jaar bij deze ramp stilstaat. Het is de reden dat Fashion Revolution Week in het leven is geroepen. Deze week (het is geen toeval dat het deze week is) staat in het teken van de verandering die zó hard nodig is in de modewereld. Je kunt meedoen aan de grootschalige #whomademyclothes campagne, door de merken waar je koopt via social media wie jouw kleding heeft gemaakt. Waarschijnlijk hebben ze het antwoord niet, maar door dit met honderdduizenden menen tegelijkertijd te delen geven we samen een ijzersterke boodschap af: wees (verdomme eindelijk eens) transparant en behandel de makers met respect. Zodat dit hopelijk nooit meer hoeft te gebeuren. Het moge duidelijk zijn dat één moment in het jaar niet genoeg is voor een radicale systeemverandering. We moeten het hele jaar door kritische vragen blijven stellen aan merken. Stuur ze een e-mail als je twijfelt over de oorsprong van een kledingstuk en laat je niet zomaar afschepen. Als consument verdienen we te weten waar onze kleding vandaan komt en merken hebben de volledige verantwoordelijk om ons dat te kunnen vertellen. Stel vragen, blijf kritisch. En koop met je hart, het hele jaar door.

 


 

Drie jaar geleden ontving ik dit t-shirt van fair & sustainable brand Armed Angels (in een verpakking gemaakt van lokaal gras! How awesome!). Het t-shirt is verkrijgbaar via de website van Armedangels (hier). De volledige opbrengst wordt gedoneerd aan het National Garment Workers Federation (NGWF) in Bangladesh, dat zich inzet voor de rechten van kledingwerkers en hen helpt om juridische bescherming te krijgen op het gebied van arbeidsomstandigheden en salaris.

P.s. De broek is ook van Armedangels en onder eerlijke arbeidsomstandigheden én op duurzame wijze gemaakt van biologisch katoen.

 

 


 

Meer kritische blikken op de modewereld? Lees dan ook:

Waarom ‘Made in Europe’ niet ‘eerlijk geproduceerd’ betekent
Hoe de kledingindustrie lijdt onder de coronacrisis
“Laat je niet gek maken!” – Over koopgedrag en beïnvloeding

 

 

Write a comment