Mode-industrie

Een Fair Wear membership, wat zegt dat over arbeidsomstandigheden?

Als je eerlijke kleding belangrijk vindt, is de kans groot dat je hebt gehoord van Fair Wear. Deze organisatie zet zich samen met kledingmerken in voor goede arbeidsomstandigheden in hun productieketen. Een mooie en tegelijkertijd complexe missie. Want hoe beoordeel je merken nou op arbeidsomstandigheden? Wanneer mag een merk member worden? En hoe verloopt zo’n samenwerking? Ik ging in gesprek met Fair Wear en kreeg antwoord op ál mijn vragen.

 

 

Alweer vijf jaar geleden gooide ik m’n koopgedrag rigoureus om. Nadat de Rana Plaza ramp me shockeerde en de docu The True Cost daar een schepje bovenop deed, besloot ik: ik koop alleen nog maar bij eerlijke merken. Fair Wear was één van de eerste organisaties die ik leerde kennen in mijn zoektocht. In die tijd dacht ik nog heel zwart-wit over arbeidsomstandigheden: ze zijn goed of fout, fair of slecht. Als een merk Fair Wear member was, zette ik er in m’n hoofd standaard het vinkje ‘fair!’ achter. Als een soort keurmerk. Lekker makkelijk, dacht ik.

Nou, little did I know.

Inmiddels weet ik dat de productieketen van kleding ontzettend complex is. Dat het als (groter) merk niet makkelijk is om de volledige controle te hebben over je keten. En dat er altijd weer nieuwe misstanden kunnen plaatsvinden. Ook weet ik dat veel consumenten naar Fair Wear members kijken zoals ik vroeger deed. Daarom ga in gesprek met Maaike Payet, Marketing Coördinator bij Fair Wear, zodat we alle aannames van tafel kunnen vegen.

 

 

Wat is Fair Wear voor organisatie?

Fair Wear is een internationale organisatie die zich samen met z’n members, momenteel 136 Europese kledingmerken, inzet voor betere arbeidsomstandigheden in de fabrieken waar zij hun kleding laten produceren. De meeste misstanden (bekijk hier de 8 focuspunten van Fair Wear, de Labour Standards) vinden namelijk plaats in deze arbeidsintensieve productieschakel. Ook kunnen merken hier de grootste invloed uitoefenen. Een grote kans, dus.

Samen met merken, fabrieken, lokale vakbonden, NGO’s en overheden werkt Fair Wear aan betere werkomstandigheden voor kledingwerkers, meer merktransparantie en betere wetgeving in belangrijke productielanden. Dat is hard nodig, want de meeste kleding wordt geproduceerd in landen waar wet- en regelgeving niet goed nageleefd wordt en mensenrechten niet altijd gerespecteerd worden. Fair Wear werkt aan allerlei belangrijke zaken, zoals eerlijke lonen, het recht op een vakbond en het uitroeien van kinderarbeid.

 

 

Het is moeilijk om een transparante productieketen te bereiken

Maar waarom zijn arbeidsomstandigheden nou zo’n groot probleem in de mode-industrie? Bovenstaand filmpje laat het goed zien. Veel mensen denken dat de productieketen een simpel, lineair systeempje is: merk X neemt z’n collectie af bij fabriek Y. De werkelijkheid zit veel complexer in elkaar. Merken hebben vaak een grote collectie, die uit allerlei verschillende producten bestaat. Die producten worden bij veel verschillende fabrieken (want: specialisten) afgenomen, vaak in landen ver weg. Hier vindt regelmatig ‘subcontracting’ plaats: als een fabriek de aanvraag vanuit een merk niet aankan, wordt het werk uitbesteed aan een andere fabriek. Dit maakt het moeilijk om overzicht te houden op de productieketen. En dan zijn veel fabrieken ook nog eens megagroot; vaak produceren er heel veel merken tegelijk. Je begrijpt: er lopen allerlei lijnen door elkaar heen, die elkaar continu kruisen en waarbij sommige lijnen zelfs uit het zicht verdwijnen. Zie daar maar eens controle op te krijgen. Dat is waar Fair Wear komt kijken.

 

Wat zegt een membership over een merk? Waar mag je dan van uit gaan?

De keten is dus heel complex, en het verbeteren ervan is door al die lijntjes een continu proces. Bovendien liggen er altijd weer nieuwe misstanden op de loer. Daarom kun je niet zomaar het label ‘fair’ op een merk plakken. Maar waar mag je dan wél van uit gaan? Maaike: “Als een merk Fair Wear member is, kun je er in ieder geval van uit gaan dat het zich structureel inzet voor goede arbeidsomstandigheden in z’n fabrieken. Daarnaast is het merk bereid om zich door een onafhankelijke partij te laten controleren en alle resultaten openbaar te laten publiceren. Members kijken kritisch naar hoe ze bij fabrieken inkopen: betalen ze genoeg voor hun bestellingen? Leggen ze niet teveel druk op hun productiepartners? Ze kennen de risico’s in de fabrieken waarmee ze werken en ze proberen misstanden zoveel mogelijk te verhelpen. Als er toch problemen zijn, rennen ze niet naar een iemand die het goedkoper doet, maar proberen ze het samen met de fabriek op te lossen. Ze werken samen met andere merken en zijn naar buiten toe heel transparant over wat wel en niet goed gaat.”

 

 

Wanneer mag een merk Fair Wear member worden?

Als een merk member wil worden, moet het aan een aantal eisen voldoen. Zo moet de jaaromzet minimaal 10 miljoen euro zijn. Ook moet je voor minimaal 50% produceren in landen waar Fair Wear actief is, zodat er goed gemonitord kan worden. Daarnaast moet je minimaal 50% van je collectie zelf produceren is (dus geen retailers die alleen maar andere merken inkopen). Verder kan in principe elk merk instappen, al is er een beperkte capaciteit om merken toe te laten.

Lid worden voor een groener imago

Maaike ziet regelmatig dat merken lid willen worden omdat ze een groener imago willen. “Die merken vallen al voordat ze lid worden door de mand. Ze moeten namelijk echt bereid zijn om hun manier van werken te veranderen. Anders is het gewoon niet mogelijk, dan loop je intern tegen teveel dingen aan. Als je je inkooppraktijken niet wilt aanpassen, hang je eigenlijk al.” Ze benadrukt dat het belangrijk is dat merken echt een functie moeten vrijmaken die zich volledig hierop richt. “Aan het eind van elk jaar moet je namelijk nieuwe resultaten kunnen laten zien. Je kunt niet een maand voor je beoordeling zeggen: “ik ga nog even snel langs m’n fabriek”. Merken worden het hele jaar door begeleid, van persoonlijke coaching tot workshops”.

Wat als een merk te klein is om member te worden?

Met de minimale winstgrens is het voor kleinere merken onmogelijk om member te worden. Waarom is die grens er eigenlijk? Maaike: “We willen echt de industrie verbeteren en om dit voor elkaar te krijgen, werken we met grotere merken. Omdat zij doorgaans veel afnemen in fabrieken, kunnen ze er ook meer invloed uitoefenen. Daarnaast kosten audits en al onze begeleidingsuren natuurlijk ook geld. Members betalen hier een jaarlijkse fee voor”.

Kleine merken: vergroot je geloofwaardigheid door zo transparant mogelijk te zijn

Helaas wordt een membership nog door veel consumenten gezien als een certificaat voor goede arbeidsomstandigheden. Kleinere merken kunnen vaak niet zwart-op-wit aantonen dat hun arbeidsomstandigheden goed zijn, terwijl dat wel zo ís. Dat kan natuurlijk frustrerend zijn. Wat kunnen ze doen om zich toch te bewijzen? Maaike: “We adviseren kleinere merken allereerst om met slechts één of twee fabrieken te werken, omdat je dan veel meer controle hebt over het proces. Wees daarnaast zo transparant mogelijk over hoe je precies produceert. Waar koop je in en hoe verloopt die samenwerking? Wat doe jij om werknemers in fabrieken te helpen? Waar komen je stoffen vandaan en hoe zijn de arbeidsomstandigheden daar? Maak je complete proces inzichtelijk. Consumenten zullen voelen dat je meent wat je zegt”.

 

 

Hoe verloopt de samenwerking en waar worden merken op beoordeeld?

Oké. Een merk wordt Fair Wear member. Waar begin je? Maaike: “De eerste stap is het in kaart brengen van alle productielocaties. Ook worden alle fabrieken op de hoogte gebracht van de samenwerking met Fair Wear.” Werknemers krijgen daarbij handvatten hoe ze met klachten kunnen omgaan. Als ze er niet met hun manager of vakbond uit komen, kunnen ze hun klacht direct bij Fair Wear neerleggen. Members moeten elk jaar weer een werkplan maken, waarin hun ambitie en de focus voor de komende tijd duidelijk omschreven staat. De inhoud van dat plan is voor elk merk anders.

Hoe verloopt zo’n fabrieksaudit precies?

Vervolgens wordt bij alle fabrieken waar het merk produceert, de huidige stand van zaken beoordeeld. Dat doet Fair Wear door middel van fabrieksbezoeken, audits. “Elke audit wordt gedaan door drie mensen van Fair Wear: iemand die interviews afneemt bij managers en werknemers, iemand die de boekhouding beoordeelt en iemand die controleert of de werkplekken wel gezond en veilig zijn. Zo ontstaat er een compleet beeld”. Uit een audit komt een actieplan met verbeterpunten. Dat kan praktisch zijn, zoals ‘er moet op deze plek een brandblusser komen’, tot complexere zaken als toewerken naar leefbare lonen. Fair Wear begeleidt het merk hierin.

Een extra bijkomstigheid is dat veel merken door die audits beseffen dat ze met teveel verschillende fabrieken samenwerken, en moeten downsizen om beter de controle te krijgen. Ook stimuleert het ze om lange termijnrelaties aan te gaan met fabrieken en actiever samen te werken, in plaats van continu te switchen naar een goedkopere fabriek. Maaike vertelt me dat audits altijd aangekondigd worden. Geeft dat wel een eerlijk beeld? Je kunt dan toch nog even snel alles perfect doen lijken? “Dit is inderdaad een lastig dilemma. Toch kiezen wij ervoor om het wel te doen; het is een eerlijkere manier van samenwerken dan wanneer je ineens voor de deur staat. Het belangrijkst voor verbetering op de werkvloer is dat de relatie tussen een merk en de fabriek goed blijft. Daarmee creëer je een basis van vertrouwen en openheid.”

 

 

De jaarlijkse Brand Performance Check geeft merken een tijdelijk label

Alles dat een member heeft bereikt, wordt getoetst in de jaarlijkse Brand Performance Check. Hierin wordt het merk – op basis van vaste indicatoren – beoordeeld of er genoeg stappen zijn gezet om de arbeidsomstandigheden in fabrieken te verbeteren. Beslissingen die op het hoofdkantoor worden genomen, hebben tenslotte direct invloed op de werknemers in de fabrieken.

“Een voorbeeld: je hebt een order geplaatst bij een fabriek en de productietijd is 6 weken. Na vier weken zeg je: “ik wil toch de rits anders”. Als de productietijd vervolgens niet wordt aangepast, kan de fabriek uit twee opties kiezen: meer mensen aannemen om het werk te doen, of mensen laten overwerken. Vaak wordt voor het laatste gekozen. Zo legt een merk extra druk op de mensen die de kleding maken. Dat willen we voorkomen”.

Op basis van deze score krijgt het merk een label: ‘Need improvement’, ‘Good’ of ‘Leader’. Als een merk het label ‘Need improvement’ ontvangt, betekent dit dat dingen beter kunnen (belangrijke nuance: het merk presteert dan nog steeds beter dan een gemiddeld kledingmerk). Ze legt uit: “Dat is niet altijd onwil; soms is het ook een capaciteitsprobleem. Merken schrikken doorgaans wel als ze dit label krijgen. Ze communiceren er liever niet over, want het is slecht voor hun imago. Wel zet het soms aan tot actieve verbetering. Zo vloog Suitsupply binnen één jaar van ‘Need improvement’ naar ‘Leader’, ons hoogste label. Dat is mooi om te zien.”

 

 

Hoe kan Zeeman nou Fair Wear member zijn?

Één van de meest recente members is Zeeman. De textielprijsvechter werd in november 2019 lid. Opvallend, vinden veel mensen. “Hoe kan Zeeman nou fair zijn?”. Ik leg het voor aan Maaike. “Dat Zeeman member is geworden, betekent twee dingen: het merk durft echt te focussen op goede arbeidsomstandigheden én zich openbaar door een onafhankelijke partij te laten controleren. Momenteel vinden er bij Zeeman intern mooie ontwikkelingen plaats. Daar worden wij natuurlijk heel blij van.” Zeeman wordt overigens pas het komende jaar voor het eerst door Fair Wear beoordeeld, dus dan kunnen we de eerste resultaten pas zien.

Kan een merk fair en goedkoop zijn?

De gedachte dat Zeeman voor zo’n lage prijs onmogelijk fair kan zijn, spreekt ze tegen. “Zeeman produceert simpele basics zonder poespas. In hun winkels kun je nergens passen, ze doen niet aan seizoenscollecties, ze werken vaak met vaste fabrieken en ze bestellen grote volumes”. Door dat laatste kan een fabriek z’n productieproces flink optimaliseren en dat heeft grote invloed op de prijs. Fair en betaalbaar hoeft elkaar dus niet per se te bijten. “Bovendien kunnen een A-merk en Zeeman in dezelfde fabriek produceren, voor precies dezelfde arbeidskosten. De prijs van een kledingstuk zegt dus niet altijd iets. Dure kleding is dan ook niet automatisch duurzamer dan goedkope kleding – het betekent ook niet dat er meer geld naar de arbeiders gaat. Allerlei factoren hebben invloed op de prijs en de situatie op de werkvloer. Als een merk niet met snelle seizoenscollecties werkt en buiten het hoogseizoen produceert, heeft dat een positief effect op de werkdruk.

 

 

Het begint altijd bij transparantie

Ik ben ontzettend blij met het werk dat Fair Wear doet. Deze toegewijde club helpt merken om hun arbeidsomstandigheden te verbeteren, consumenten om betere keuzes te maken en de modewereld om transparanter te communiceren. Dat laatste is ontzettend belangrijk; een betere kledingindustrie begint tenslotte bij meer openheid én inzicht in wat er achter de gesloten deuren gebeurt. Meer weten over Fair Wear? Check dan hun website, of volg de laatste ontwikkelingen op hun Instagram.

 


 

Benieuwd welke merken Fair Wear member zijn? Check ze allemaal op deze pagina. Wat persoonlijke favorieten: Filippa K, Acne Studios, KuyichiKings of Indigo, Armedangels, Nudie Jeans, Sandqvist, King Louie, Pinqponq, en dus Zeeman.

 

2 Comments

  • Gek dat je denkt dat goedkoop niet duurzaam kan zijn. Ik heb eens in een documentaire gezien dat een arbeider maar 40 cent per t-shirt meer hoeft te krijgen om een goed inkomen en menswaardig bestaan te kunnen hebben. 40 cent per t-shirt. Al zou het een euro zijn. Ik vraag mij altijd af waarom die shirts dan zo veel meer moeten kosten. Wie maakt waar de winst.

    Beantwoorden
  • Dank je wel voor dit uitstekende artikel, Sara!
    Heel duidelijk en het geeft antwoord op vragen die ik zelf ook had. Top 🙂

    Beantwoorden

Write a comment